Voor deze portrettenserie had ik al wat echte clubmannen en een echte clubvrouw geïnterviewd. Maar na het interview met Harry Hoeksema had ik het idee, het enige echte club-factotum voor me te hebben gehad.

Tijdens ons gesprek in het clubhuis bleek deze jonge zestiger al jaren getrouwd met vv Gorecht, getrouwd in de zin van liefde en trouw door dik-en-dun. Iemand die een haarscherp geheugen heeft voor alle jaartallen die belangrijk waren voor hem en de club. Geen gemakkelijke man, lijkt me. Echt zo’n Oost-Groninger, type wijlen Fré Meijs. Niemand’s knecht, dat zeker, maar wel iemand die een leven lang trouw en dienstbaar is aan een voetbalclub. Misschien is het wel typerend voor hem, dat hij na het interview mailde, dat Karl Marx een juiste visie had op de wereld. Blijkbaar vond hij, dat hij daarover ook recht door zee moest zijn.

Zijn wieg stond in 1949 in de veenkoloniën, in Wildervank, in een gereformeerd gezin, moeder huisvrouw, vader werkzaam bij de VeGe (destijds zelfstandige kruideniers, die kende ik ook nog, uit Rotterdam), een broer en zusje volgden nog. Op mijn vraag wat voor soort opvoeding de kinderen Hoeksema kregen, volgt het antwoord: “straight”, je best doen op school, zondags naar de kerk, Trouw lezen, geen gezwem en gevoetbal op zondag, als je je best niet doet op school naar een huiswerkinstituut.
En dan openbaart zich een karaktertrek in Harry die hij een heel leven meedraagt, waar hij geen spijt van zegt te hebben, maar die hem keer op keer in conflict brengt met alles en iedereen: een karaktertrek die maar moeilijk autoriteit kan accepteren, niet van pa, niet van leraren of van chefs op het werk. De rode draad door het leven van Harry lijkt wel zijn verzet tegen gezag. Lijkt, wat eigenlijk is de rode draad zijn trouw aan zichzelf. Als iets niet meer ging zoals Harry vond dat het moest gaan, deed hij geen concessies.

Na de verhuizing naar Groningen in 1952, volgde een schoolcarrière van lagere school en middelbare school met een groeiende weerzin tegen het leren. Vandaar dat Harry meteen na het havo opgeroepen werd voor zijn nummer en via Velthoven en Amersfoort, gelegerd werd in Assen, maar als de sergeant opdrachten gaf die niet strookten met Harry’s gemoed, weigerde hij en riskeerde liever een flinke douw dan zichzelf geweld aan te doen.
Na dienst begint hij aan de ALO in Groningen. In zijn derde jaar van de opleiding, haalt hij een acht voor hospiteren in de klas, maar een vier voor turnen. Hij verrekt het en haalt het einde van de studie niet. Zelfde laken een pak bij zijn eerste werkgever, bij de Gasunie: vanaf 1975 tot 1993 is hij administratief medewerker, maar Harry gaat steeds meer weerzin voelen tegen de omstandigheden op het werk en trekt na een aantal jaren aan zijn stutten om dan maar liever in de bijstand te gaan.
Al in het begin van de zestiger jaren verhuist het gezin Hoeksema naar Haren, vanaf 1983 tot nu woont Harry op de Oude Brinkweg. Via de gemeente wordt hij beheerder van de gymzalen en daarna, van 2002 tot 2009, is hij conciërge op OBS De Linde. Ook daar gebeurt weer hetzelfde: Harry gaat met steeds meer tegenzin naar zijn werk, omdat er verschil van inzicht is, tot aan overspannenheid toe houdt hij het vol, totdat hij toch weer trouw blijft aan zichzelf. “Ik heb een moeilijk karakter, daarom heb ik ooit ook besloten alleen te blijven, maar ik heb mezelf overgehouden”, aldus de hoofdpersoon van dit verhaal.

Is hij anti-maatschappelijk? Nee, wel super-kritisch dunkt mij. Een oprechte marxist uit de koloniën. Ooit stemde hij op Groen Links Haren, maar dat bleek na de verkiezingen niet alleen voor hem een teleurstelling. Nu stemt hij niet.
Al voordat Harry kon praten, schopte hij tegen een bal. Net als de vorige geïnterviewden voetbalde hij op straat en op school, dus eigenlijk altijd. Zijn idool was Coen Moulijn: snel, behendig, technisch vaardig, passeren buitenom. Op zijn twaalfde mocht Harry pas lid worden van een vereniging, dat waren toen de voetbalregels, en dat werd natuurlijk Oranje Nassau, de C’s en via een jaar in de B’s direct naar de A’s. Na een jaar senioren bij O.N. verhuisde Harry voor eens en altijd naar Gorecht dat toen nog op een bijveld van vv Haren voetbalde aan sportpark De Onnerweg (nu het huidige Sportpark De Koepel). Eigenlijk voelt De Koepel een beetje als thuiskomen? Nou nee: Harry verliet met spijt de Oosterweg maar vindt het nu een fantastisch complex.

Na tien jaar in het eerste gespeeld te hebben, volgde een reeks functies bij Gorecht van heb-ik-jou-daar: jeugdtrainer, damesteams op helpen zetten, trainer van D4 (JO13-4) en de dames; er was nog geen clubhuis dus commissies vergaderden bij de mensen thuis met borrel na. Harry gebruikte zijn ALO-kennis als trainer van het eerste en haalde nog nacompetitie. Hij is tot 2002 jeugdtrainer geweest en constateerde toen dat het trainerschap genoeg was geweest: er was een kloof gegroeid tussen zijn mentaliteit en die van de jeugd. Nu is hij leider van het eerste, dat hij karakteriseert als: in potentie derde klas, een vriendenteam met vooral studenten, in de breedte iets verzwakt in vergelijking met het vorige seizoen.

Doe je nog iets naast Gorecht? Jawel, stamppotten eten, gekocht bij de supermarkt, golfen in Assen, alleen of met kameraden, sport en actualiteiten kijken op tv, allerlei soorten muziek beluisteren, van Cuby tot klassiek. Hij verrast me toch nog, door te zeggen, dat hij als student als bas meegezongen heeft met musicals.

Als voorspelling wil hij nog wel doen, dat Gorecht en Haren in de toekomst zullen gaan samen werken. Vooral bij de jeugd zijn geen historische belemmeringen. “Voor zo’n samenwerking wil ik mijn voelsprieten wel uitsteken!”

Was getekend,

Martin de Bruijn (secretaris)

Pupil van de week

Mededelingen

Alle mededelingen

Webshop



webshop